Bewegingstherapie 

Bij de bewegingstherapie wordt geprobeerd, uitgaande van de verschillende bewegingskarakteristieken van hoofd, romp en ledematen, de gezonde beweging weer te herstellen.

Via contact- en weerstandsoefeningen kan de mens zichzelf leren in innerlijke rust te ervaren en te aanvaarden. De ruimte in het bekken neemt hierbij een bijzondere plek in. Veel aandacht wordt geschonken aan het 'doorlaatbaar' (o.a. vrij van verkramping, pijn, stijfheid e.d.) worden van het lichaam voor de eigen individualiteit.

Een ander belangrijk uitgangspunt vormt de bewegingsdialoog tussen het individuele, uniek eigene van elk mens en zijn omgeving. Door zijn geestelijke vermogens kan een mens, in tegenstelling tot plant of dier, een bewust zinvolle, of moreel juiste handeling in een bewegingssituatie kiezen. Het menselijk bewegen kenmerkt zich door vrijheid. De menselijke oprichting en daarmee het vrij worden van de armen is hier uitdrukking van. Het lichaam als bewegingsinstrument moet voldoende doorlaatbaar en sensitief zijn om zowel de impulsen van binnenuit (de bewegingsbedoeling) als vanuit de omgeving naar het lichaam toe op een juiste en adequate wijze te verwerken. Toegangspoorten voor deze impulsen van binnenuit en buitenaf vormen de zintuigen. Hierbij wordt uitgegaan van een ruimere twaalfvoudige zintuigleer . Scholing van die zintuigfuncties en bewustzijn ontwikkelen voor ruimtelijke- en bewegingskwaliteiten zijn doel en opgave in een antroposofisch georiënteerde bewegingstherapie.

De therapie is er op gericht om zowel de verbinding met de eigen lichamelijkheid als de oriëntatie in de ruimte ervaarbaar te maken en in beweging te brengen. Dit gebeurt o.a. door de verschillende kwaliteiten van de ruimterichtingen (voor-achter, boven-onder, links-rechts) al bewegend ervaarbaar te maken. Dit biedt de mogelijkheid letterlijk en figuurlijk anders in het leven te staan.

print deze pagina...

NVAF 2004-2017

 

 contact  ·  ledentoegang  ·  home